Tijdens een rondje langs de akkers treffen we aan het Colijnpad in Dronten de zaaicombinatie van firma Heyboer aan op een perceel voor uienzaadteelt. Op de combinatie rijdt een John Deere 5125R met een Agricola Italiana-zaaimachine, bestuurd door Nettert de Zwaan. Met deze machine worden drie keer vijf rijen gezaaid op bedden van 1,50 meter.
Terwijl het zaaien onder goede omstandigheden vlot verloopt, geeft Kees Claassen, manager loonwerk en adviseur akkerbouw bij Heyboer, een toelichting op de techniek, de bijzondere teelt en de ontwikkelingen in de uienteelt.
Nauwkeurig zaaien met meststof en granulaat
Heyboer werkt voor groentezaden graag met zaaimachines van Agricola, omdat die veel mogelijkheden bieden om de verschillende eenheden nauwkeurig af te stellen. De machine is voorzien van een scherp kouter. Als startmeststof wordt Quick Start gebruikt, een vloeibare fosfaatmeststof die via een Startec-doseerunit is toegediend. De uitstroommonden zitten direct achter het zaadaandrukwiel. Daarna sluiten de toestrijkers de zaaivoor, zodat het middel met de losse grond in en rond de zaaivoor is gemengd. De nalooprubberen rol zorgt vervolgens voor aansluiting op de vochtige ondergrond.
Heyboer beschikt daarbij over een 2,25 meter brede uienzaaimachine waarmee tijdens het zaaien twee soorten granulaat gecombineerd kunnen zijn. Daarbij kan worden gewerkt met Belem tegen uienvlieg en bonenvlieg, of naar keuze met Nemater, Stimuter of een ander granulaat zoals Nemguard. Volgens Claassen is het gebruik van granulaat de laatste jaren duidelijk toegenomen, onder meer door beperkingen in de bemesting en het wegvallen van zaadcoating.
Geen consumptie-ui, maar genetisch uitgangsmateriaal
Wat deze teelt bijzonder maakt, is dat het hier niet gaat om consumptie-uien, maar om genetisch uitgangsmateriaal. Op dit bedrijf worden vier soorten moederuien geteeld voor veredelingsbedrijven als Bejo en De Groot en Slot. Die moederuien vormen de eerste stap in de zaadketen. In het eerste jaar zijn de bollen geteeld en gerooid. In het tweede jaar worden ze uitgeplant, vaak in Frankrijk, waar ze in bloei komen en waar uiteindelijk het zaad is geoogst.
Aantal boven maat
Bij deze teelt telt niet in de eerste plaats de maat van de ui, maar vooral het aantal bruikbare bollen. Elke moederui staat immers voor één plant in het tweede jaar en dus voor potentiële zaadproductie. De teler werkt met een vaste teeltvergoeding en een kilocontract, maar in de praktijk weegt het aantal uien het zwaarst. Het gaat hier dus niet om maximale kilo-opbrengst op het veld, maar om de kwaliteit en bruikbaarheid van het materiaal voor de volgende stap in de zaadvermeerdering.
Inteeltlijnen als basis voor hybrides
De moederuien zijn afkomstig uit inteeltlijnen. Dat zijn genetisch zuivere lijnen die door veredelaars zorgvuldig zijn opgebouwd. Vanuit die lijnen worden later hybride rassen gemaakt, door twee verschillende lijnen met elkaar te kruisen. Het resultaat is een uniform en krachtig ras. Juist omdat deze teelt aan de basis staat van de verdere veredeling, vraagt zij uiterste nauwkeurigheid. Vermenging is uit den boze. Bij het wisselen van ras moet de machine volledig worden leeggedraaid en leeggezogen en moet de zaaimachine brandschoon zijn voordat met het volgende ras is begonnen. Dat gaat verder dan alleen de zaaikouters. Ook leidingen en andere resten moeten volledig zijn verwijderd. Een kleine fout kan grote gevolgen hebben voor de genetische zuiverheid van het materiaal.

Secure teelt
Volgens Claassen is dit werk weggelegd voor telers die de uienteelt goed onder controle hebben. Voor het telen van moederuien zijn bewust secure telers gezocht, met oog voor detail en gestructureerde discipline in de logistieke uitvoering. Het is geen bulkproductie, maar specialistisch werk waarbij elke fout in de keten doorwerkt.
Veranderende rassenkeuze en druk op de sector
Claassen ziet daarnaast duidelijke verschuivingen in de veredeling en gewenste ras eigenschappen in de praktijk. Er is meer vraag naar robuustere rassen met een goed wortelgestel. Waar voorheen vooral werd gekeken naar opbrengst en loofgroei, worden nu eigenschappen als stevigheid, vlotte weggroei en een betere weerbaarheid tegen fusarium steeds belangrijker. Tegelijkertijd ziet hij dat de teeltkosten stijgen, terwijl de opbrengsten niet meegroeien. Waar vroeger 70 ton werd geoogst, is dat volgens hem tegenwoordig eerder 60 ton, ondanks de vooruitgang in veredeling en techniek. Dat zet de sector onder druk.

Goed zaaijaar, maar droogte vraagt aandacht
Over de omstandigheden van dit voorjaar is Claassen positief. Het uienzaaien verloopt volgens hem uitstekend, met veel werkbare dagen. De grond is goed verweerd uit de winter gekomen en de percelen laten zich mooi klaarleggen. Wel is er sprake van droogte en moet snel met beregenen zijn begonnen. In zulke omstandigheden zaait hij liever wat dieper op de vaste grond om het zaad goed in het vocht op de harde ondergrond te leggen.
Tekst en beeld: Jan Geert Vedelaar




