Vanaf een blanco vel ontworpen, anders dan anders, technisch doordacht én gepositioneerd aan de bovenkant van de markt. Dat zijn de maaiarmen van het Deense GreenTec.
Het is vrijwel zeker één van de jongste fabrikanten van maaiarmen ter wereld: GreenTec in Kolding, Denemarken. Pas in november 2019, op de Agritechnica vakbeurs, toonde de fabrikant haar eerste eigen maaiarm genaamd Scorpion. Tot die tijd was het vooral de grootste fabrikant van aanbouwdelen en uitrustingsstukken voor groenbeheer en -onderhoud van Europa. Aanbouwdelen voor het maaien en trimmen van gras, heggen, slootkanten, windsingels, et cetera. “In Denemarken heeft iedere boer, loonwerker en groenvoorziener wel een GreenTec-zaag voor het bijhouden en trimmen van hagen en singels”, zegt Dick van Breda van de Nederlandse GreenTec importeur Wim van Breda.
Een doordacht nieuw concept
Je zou kunnen zeggen dat wordt gestart met een blanco vel ‘op de tekentafel’ bij de ontwikkeling van de Scorpion maaiarm. “De GreenTecmaaiarmen zijn volledig nieuw ontworpen volgens een enorm doordacht concept”, zo omschrijft Philippe Pieters, zaakvoerder van Pivabo en sinds medio 2024 invoerder voor België en Luxemburg ze. “Wij hadden al twee andere merken maaiarmen in het programma maar zochten een derde merk met modellen voor trekkers met 100 tot 170 pk voor niet al te intensief gebruik. Dat is GreenTec geworden.”
Wat is er dan zo nieuw en doordacht? Jèthro Zwets, accountmanager voor GreenTec bij Wim van Breda legt uit. “Allereerst is er het zwenkbereik van de Scorpion van 155 graden terwijl andere merken tot 135 graden gaan. Hierdoor kun je met een Scorpion gemonteerd in de achterhef rechts naast én achter de trekker maaien. Bij de GreenTec Spider is het zwenkbereik zelfs 270 graden en kun je aan weerskanten van het voertuig maaien. Dan zijn er de gepatenteerde vierpuntsaankoppeling en hybride arm. Dankzij de vierpuntsbevestiging zijn geen onderbouwframe en contragewicht nodig, hetgeen het aan- en afkoppelen sterk vereenvoudigt. Daarnaast hangt de maaiarm zo veel stabieler achter de trekker. Ook omdat je de bovenste aankoppeling voor kunt spannen. Dankzij de hybride arm kun je ervoor kiezen om de twee cilinders van beide armdelen gelijktijdig parallel te laten bewegen. Dus niet eerst het eerste armdeel en vervolgens het tweede.”

Dubbele draaikop
Dick van Breda: “Met de dubbele RotorFlex draaikop kun je het aanbouwdeel – zoals een klepelmaaier – aan de maaiarm tot 360 graden vrij draaien waardoor je zonder het voertuig om te hoeven draaien, in beide richtingen kunt maaien en werken.” Pieters: “RotorFlex is bij ons in België onmisbaar omdat we hier zoveel bomen hebben staan. Zo kun je met een Scorpion eerst voorwaarts maaien, dan terug achteruit achterwaarts maaien en eventueel nog een derde strook voorwaarts maaien.” Alle drie vertegenwoordigers roemen daarnaast ook de compacte breedte – zowel in het werk als in transport – van de Scorpion tankbok en de arm met het aanbouwdeel.

430, 490 en 630
Dat GreenTec scoort met de eigen bouwwijze, blijkt uit de productieaantallen en omzetgroei. Volgens Van Breda produceert GreenTec inmiddels zo’n 150 Scorpion maaiarmen per jaar. “Het gros van de omzet komt nog altijd uit aanbouwdelen. Daarvan produceren ze er minimaal 4.000 per jaar met als belangrijkste product de zagen voor het trimmen van heggen en windsingels.”
In Nederland vinden jaarlijks 5 tot 10 nieuwe Scorpion maaiarmen een klant en in België verkocht Pivabo er in krap twee jaar 15 tot 20. Pieters: “Duitsland is verreweg de grootste exportmarkt voor GreenTec, gevolgd door Groot-Brittannië. Al met al denk ik dat we als Benelux ook al een belangrijk omzetaandeel hebben verworven.” Zowel in 2024 als afgelopen jaar zette de fabrikant een omzetgroei en -record neer. In 2024 vond er daarnaast een verandering in de eigendoms- en managementstructuur van het bedrijf plaats. Thomas Hehr en Kim Brodersen namen afscheid en verkochten hun aandelen aan John Christensens zoon Mads en een investeerder. Sindsdien verantwoordt John de ontwikkeling, Mads de productie en leidt Henrik Bernth het bedrijf als nieuwe CEO.
Bij de populariteit van de modellen komen verschillend tussen België en Nederland naar voren. In België bespeurt Pivabo de sterkste vraag naar de Scorpion 630, een model met 6,3 meter horizontale reikwijdte en geschikt voor trekkers met minimaal 5 ton eigen gewicht. 70 procent van de gebruikers kiest voor montage in de achterhef. In Nederland zijn vooral de 430 en de vorig jaar geïntroduceerde 490 populair. Die vragen respectievelijk een eigen gewicht van 2.200 en 2.500 kilogram. Daarbij heeft de 490 een 30 centimeter bredere tankbok. In 80 procent van de gevallen hangt de arm in de achterhef. “Omdat het zwenkbereik toereikend is voor voldoende zicht op het aanbouwdeel”, zegt Zwets. In de meeste gevallen kiezen gebruikers voor de zogeheten PLUS-uitvoering, de meest complete, flexibele en kostbare uitvoering. De S-uitvoering geldt als standaardmodel zonder RotorFlex draaikop en de Basic front uitvoering is bedoeld voor frontmontage. Dat wil zeggen voor trekkers, graafmachines, minishovels en werktuigdragers en altijd hydraulisch aangedreven.
Veranderende markt
Belgische interesse in de Scorpion ziet Philippe Pieters vooral bij loonwerkers, openbare besturen en daarnaast ook van welgestelde particulieren met een grote tuin en veel grond. In Nederland vormen groenvoorzieners en -beheerders de grootste klantengroep. “Maar we zien ook loonwerkers in de bollenstreek die een Scorpion 630 kiezen om op de smalle paden en kopakkers uit de voeten te kunnen”, zegt Dick van Breda. “Daarnaast zien we de vraag naar zagen toenemen. Vooral voor het beheer van heggen, windsingels en ook fruitbomen.” Pieters merkt dat de vraag naar capaciteit en flexibiliteit toeneemt omdat de tijd om te maaien krapper wordt. “Het moet steeds vaker in een korter tijdsbestek gebeuren en dan is capaciteit nodig.”
Tekst: René Koerhuis en Seppe Deckx
Beeld: René Koerhuis, Seppe Deckx, Jordy Dekeling en importeurs




