Goed onderwerken van mest en de grond goed bewerkbaar achterlaten vereist naast een goede bemester ook het nodige fingerspitzengefühl. Dat bleek op de demo van Bemest op z’n Best op 16 april op het bedrijf van de familie Assies in Zeewolde.
Op de kleigrond van Assies vertoonden een sleepslangcombinatie met een Tjalma-sleufbemester met bolle schijfkouters en cultivatortanden en een Schouten-schijvenegbemester met slangaanvoer hun kunsten.
Het perceel, waar vorig jaar spruiten zijn verbouwd, is afgelopen december door Assies geploegd en daarna gedeeltelijk grof bewerkt met de rotorkopeg. In het alleen geploegde deel hebben stroken in het perceel daarna nog een extra bewerking ondergaan, middels een combinatie van een trekker met twee keer dubbellucht, met voorop een cultivator en achterop een rotorkopeg met aandrukrol.

De Tjalma moest even zijn weg vinden
De twaalf meter brede Tjalma-sleufbemester van loonbedrijf BMWW uit Nijkerkerveen had aanvankelijk wat moeite om de mest op de in het najaar grof gekopegde bodem goed in- of ondergewerkt te krijgen. De cultivatortanden krabden wel wat grond over de mest, maar na de werkgang was er duidelijk nog mest zichtbaar.
Toen de chauffeur op de Fendt 620 de rijsnelheid verhoogde en de dosering verlaagde van circa 70 naar 50 kuub per hectare, ontstond ook op de grovere ondergrond een mooier resultaat. Op de stroken ploegvoor die kort voor de demo waren nabewerkt, werd de mest wel nagenoeg geheel in smalle sleufjes weggelegd. Het deel van de machine met de cultivatortanden wist de mest ook nagenoeg geheel netjes af te dekken met grond uit de rulle toplaag.

Voordeel van een sleufbemester is dat er zowel mee in wintertarwe, op grasland, in groenbemester als op kaal bouwland kan zijn gewerkt. Maar het risico is duidelijk aanwezig dat in droge, harde grond bij grotere mestgiften niet aan de wettelijke eisen kan zijn voldaan, met het risico op boetes voor loonwerker en boer.
Schijvenegbemester maakt de mest onzichtbaar
De negen meter brede Schouten-schijvenegbemester met een enkele rij schijven en vlakstrijkers had er vanaf het begin minder moeite mee om de mest ondergewerkt te krijgen, ook op het grover liggende land. De bemester, die puur en alleen voor kaal bouwland en stoppelland is gemaakt, is eigendom van loonbedrijf Breure uit Swifterbant en was gekoppeld achter een Fendt 720. De gift lag op ongeveer 70 kuub verdunde mest per hectare.
Nadeel van de schijvenegbemester kan echter zijn dat, zeker op kleigrond, valse kluiten naar boven worden gehaald. Bij droog weer vraagt dat om een snelle nabewerking om die kluiten voldoende fijn te krijgen voor het zaaibed. Ook blijft er in het midden altijd een strookje mest zichtbaar, doordat de ene helft van de schijven naar links staat en de andere helft naar rechts, om greppelvorming tussen bewerkte stroken te voorkomen.
Ondergrond maakt uit
Bij beide bemesters was goed te zien dat de voorbewerking van de ondergrond mede het succes van de bemesting bepaalt. “Op kleigronden, vooral in het voorjaar, zie je vaak dat het land niet mooi egaal ligt. De vraag is dan hoe je het perceel snel weer vlak krijgt. Dat vraagt om extra bewerking. Zo kun je bijvoorbeeld bij het ploegen al werken met een snedenverdeler die het land al vlakker weglegt”, vertelt Herman Krebbers van Bemest op z’n Best.
Daarnaast zijn er methodes zoals het gebruik van een kopeg, zoals op het perceel van Assies afgelopen najaar en dit voorjaar is toegepast. Sommige telers kiezen voor nog een extra nabewerking, zodat het perceel vlakker is en de mest gelijkmatiger in de grond kan zijn gebracht. Dat blijft echter een uitdaging. Als je de grond te fijn maakt, kan de mest gaan aankoeken aan de sleepslang, wat een soort dozereffect veroorzaakt.
Herman Krebbers benadrukte dat netjes emissiearm uitrijden op bouwland absoluut meerwaarde heeft voor de stikstofbenutting. Wordt de mest volledig afgedekt door de grond, dan gaat het om slechts zo’n twee procent verlies aan ammoniakstikstof. Bij sleufbemesting is het verlies gemiddeld 37 procent, maar bij slecht werk gaat in dat geval meer dan 50 procent van de ammoniakale stikstof de lucht in.
“Omgerekend naar de kilogrammen stikstof die je kwijtraakt, kost je dat veel geld, maar het verlies in gewasopbrengst is nog hoger”, waarschuwt Krebbers.
Tekst en beeld: Gerben Hofman




