Akkerbouwer Willem Tijsseling teelt in Flevoland zowel wintergerst als zomergerst. De gerstteelt past op zijn bedrijf vooral vanwege de oogstspreiding. Daarnaast verricht Tijsseling loonwerk met de combine, waardoor spreiding in de graanoogst ook praktisch belangrijk is.
Deels zaaizaadvermeerdering
Een deel van de wintergerst is geteeld voor zaaizaadvermeerdering. Het overige deel gaat weg als voergerst. Bij de vermeerderingsteelt komt meer kijken dan bij gewone voergerst. Ongeveer een maand voor de oogst heeft de keurmeester het perceel beoordeeld en goedgekeurd op raszuiverheid.
De teelt voor zaaizaadvermeerdering brengt dan ook wat meer oogstrisico met zich mee. Daar staat een betere vergoeding tegenover. De afzet loopt via een korte pool tot november en wordt met een plus beloond. Vorig jaar bracht deze wintergerst ongeveer 200 euro per ton op, dit jaar verwacht Tijsseling rond 180 per ton uit te komen.

Vaste plek in de rotatie
Wintergerst heeft op het bedrijf een vaste plek in de rotatie. Het gewas komt na aardappelen en is door Tijsseling gezien als een bodemstructuurhersteller. Daarna vormt het een goede voorvrucht voor suikerbieten. Die positie in het bouwplan is voor hem een belangrijke reden om wintergerst te blijven telen.
De functie van wintergerst zit volgens Tijsseling niet alleen in de opbrengst van het graan. Het gewas komt vroeg van het land, laat een intensief doorwortelde bouwvoor achter en geeft ruimte om tijdig een groenbemester te zaaien. De wortels en gewasresten van de gerst dragen bij aan de bodemstructuur en leveren organisch materiaal voor het bodemleven.
Groenbemester richting suikerbieten
Na de oogst zaait Tijsseling een groenbemestermengsel met het oog op de volgteelt suikerbieten. Het mengsel bestaat uit bladrammenas, gele mosterd en facelia en is afgestemd op de aaltjessituatie op het perceel. Bladrammenas en gele mosterd kunnen, mits het om de juiste resistente rassen gaat, bijdragen aan het terugdringen van bietencysteaaltjes. Daarnaast zorgen deze soorten voor snelle bodembedekking en veel bovengrondse en ondergrondse massa. Facelia vult het mengsel aan met intensieve beworteling van de bovenlaag en draagt bij aan structuur en bodemleven.

Ruim 10 ton per hectare
De opbrengst van de wintergerst ligt dit jaar boven de 10 ton per hectare. Over de opbrengst is Tijsseling tevreden. “Gewoon goed, maar iets minder dan vorig jaar. De gerst komt eigenlijk ieder jaar prima uit de verf op ons bedrijf”.
Het vochtgehalte bij de oogst bedraagt ongeveer 15 procent. Het hectolitergewicht komt uit op 62 kg/hl. Dat ligt iets onder de streefnorm van 63 kilo kg/hl. De oorzaak daarvan ligt volgens Tijsseling in de warme week voorafgaand aan de oogst, waardoor de afrijping is versneld. Dat kan invloed hebben gehad op de korrelvulling.

Vaste schakel in bouwplan
Voor Tijsseling blijft wintergerst daarmee een vaste waarde in de rotatie. Het zorgt voor spreiding in de oogst, past in de planning met het loonwerk, levert een goede opbrengst en heeft een belangrijke functie voor de bodem en in de rotatie.
Tekst en beeld: Jan Geert Vedelaar




