Uien
Nederland is één van de grootste exporteurs van uien ter wereld. In 2025 werd er ongeveer 30.000 hectare zaaiuien geteeld. Het areaal schommelt jaarlijks, maar ligt doorgaans tussen 28.000 en 32.000 hectare. Als teeltwijzen kan er onderscheid zijn gemaakt tussen zaaiuien, winteruien, picklers, eerstejaars plantuien, tweedejaars plantuien en zilveruien.
De ui is een tweejarige plant. In het eerste jaar is een bol gevormd, waarin reservevoedsel is opgeslagen. De bol bestaat uit een aantal vlezige en twee tot vier droge rokken. In het tweede jaar gaat de ui bloeien en zaad vormen. Het is een overwegend kruisbestuivend gewas, wat de veredeling langdurig en kostbaar maakt.
Teeltvoorwaarden
Zaaiuien kunnen op verschillende grondsoorten worden geteeld. Volgens Wageningen University & Research hebben lichte klei- en zavelgronden de voorkeur. Deze gronden bieden doorgaans een goede structuur en waterhuishouding, wat belangrijk is voor een gelijkmatige groei. Belangrijke teeltvoorwaarden zijn: een goede bodemstructuur, voldoende vochtvoorziening, een goed bewerkbare bodem tijdens de oogst en een ruime vruchtwisseling.
Zandgronden zijn minder geschikt voor de uienteelt. Op zand kan de grond stuifgevoelig zijn en komen onkruidproblemen vaker voor dan op klei- of zavelgronden. Uien groeien het best bij een pH-waarde van ongeveer 6 tot 7.
Mechanisatie
Als het gaat om mechanisatie in uien dan gaat het om uienplanters, –rooiers, -klappers en -laders.
