In Nederland hebben we een tekort aan plaatsingsruimte voor dierlijke mest. Maar over de grens zijn er gebieden waar ze zitten te springen om mest. Hoe kunnen we die mest daar krijgen tegen zo min mogelijke kosten? Topsector Logistiek deed samen met Logistic Navigators en het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding (NCM) een onderzoek naar de mogelijkheden voor duurzaam vervoer van mest via de binnenvaart. In een gezamenlijk webinar op 17 maart gingen Wilko Volker en Jan Roefs in op de belangrijkste conclusies.
Jan Roefs van NCM schetste eerst hoe de mestmarkt in Nederland eruitziet. Jaarlijks wordt er in Nederland ongeveer 75 miljoen ton mest geproduceerd. Een groot deel daarvan blijft op het eigen bedrijf, met name bij grondgebonden melkveehouderijen. Toch blijft er een aanzienlijk overschot bestaan. Dit overschot is de afgelopen jaren sterk toegenomen door aangescherpte regelgeving. “Als we het gebrek aan plaatsingsruimte omrekenen in rundveedrijfmest, gaat het om maar liefst 400.000 vrachtauto’s die niet in Nederland geplaatst kunnen worden”, stelt Roefs.
Kansen in Duitsland en Frankrijk
Tegelijkertijd wees Roefs op kansen over de grens. In verschillende Europese regio’s is sprake van een tekort aan dierlijke mest, waardoor telers daar afhankelijk zijn van kunstmest. “Er is daar sprake van een mesttekort in die zin dat telers afhankelijk zijn van kunstmest.” Volgens Roefs heeft dierlijke mest juist in die gebieden een duidelijke meerwaarde. “Mest bevat niet alleen stikstof en fosfaat, maar ook andere voedingsstoffen, sporenelementen en organische stof. Organische stof is belangrijk voor het bodemleven en het vochtvasthoudend vermogen. Dat zorgt voor weerbaardere gewassen en een stabielere opbrengst, wat mest in die regio’s tot een gewild product maakt.”
Gebieden met een mesttekort
In verschillende Europese regio’s is sprake van een structureel tekort aan dierlijke mest, wat kansen biedt voor export vanuit Nederland. Met name in Frankrijk zijn grote gebieden waar de landbouw sterk afhankelijk is van kunstmest, omdat er onvoldoende dierlijke mest beschikbaar is. Een duidelijk voorbeeld is de regio Grand Est, waar honderden miljoenen kilo’s stikstof niet met dierlijke mest kunnen worden ingevuld. Ook in Midden- en Noord-Frankrijk is de vraag naar organische meststoffen groot, vooral in akkerbouwgebieden waar bodemvruchtbaarheid en organische stof onder druk staan. Daarnaast zijn er in Duitsland regio’s met een mesttekort, waaronder het gebied rond Brandenburg en Berlijn, dat in de praktijk al fungeert als afzetmarkt voor Nederlandse mestproducten. In al deze gebieden zorgt de schaarste aan dierlijke mest ervoor dat telers actief zoeken naar alternatieven voor kunstmest, waardoor Nederlandse mest mits logistiek en wetmatig goed georganiseerd, een waardevolle en duurzame aanvulling kan zijn.

Figuur 1: Voor Nederland interessante regio’s voor mestexport in Duitsland en Frankrijk. (kaartje AI-gegenereerd)
Logistiek bepaalt het succes
Spil in het gebeuren is de logistiek. Jan Roefs benadrukt dat mestafzet sterk wordt bepaald door kosten. Mest is hoe dan ook een commodity. We hebben het altijd over prijzen in euro’s per ton en niet over euro’s per kilo. Bij natte mestproducten lopen die kosten extra snel op. “Rundveedrijfmest of digestaat is vaak heel nat. Het bevat minder dan 10 procent droge stof, oftewel meer dan 90 procent water.”
Logistiek is het domein van Wilko Volker. Hij sprak tijdens het webinar namens de Topsector Logistiek. Daarnaast stelde hij zichzelf voor als eigenaar van Logistics Navigators, een adviesbureau op het gebied van binnenvaart en logistiek. Volker ging in op de schaal van het transport. Jaarlijks worden er namelijk enorme volumes mest verplaatst. “In deze markt wordt ontzettend veel getransporteerd. Jaarlijks gaat het over 900.000 tot 1 miljoen vrachtwagenladingen vol met mestachtige producten”, becijfert Volker.
Een deel van deze ladingen gaat de grens over. Volgens Volker kan vervoer over water daarbij strategische voordelen bieden. “Wat nou als je de keten vanaf de mestverwerker of mestvergister niet alleen met de vrachtwagen doet, maar intermodaal inricht, dus gecombineerd met vervoer over water?” Daarbij is het volgens hem niet noodzakelijk dat een bedrijf direct aan het water ligt. “Je hoeft niet per se aan de haven te zitten, maar die transportafstand tot aan de haven ligt idealiter op maximaal 20 à 25 minuten rijafstand.”
Ook kleinere vaarwegen zijn interessant
Uit het onderzoek blijkt dat vervoer over water niet alleen interessant is op grote vaarwegen. Ook met kleinere schepen kunnen kostenvoordelen worden behaald. “Met name in Midden-Frankrijk, daar waar je met de allerkleinste schepen van 250 ton naartoe kunt varen, kun je toch nog altijd een meer kostenefficiënte oplossing via het water bieden dan via de weg.” Volgens Volker speelt daarbij ook de aanwezigheid van retourladingen een belangrijke rol.
Verwerking en regelgeving
Tijdens het webinar werd duidelijk dat het type mestproduct en de mate van verwerking sterk bepalend zijn. Mest kan worden gescheiden, gedroogd, gekorreld of verder verwerkt, waardoor transportkosten dalen. Daar staat tegenover dat verwerking energie en investeringen vraagt.
Ook regelgeving is een belangrijk aandachtspunt. Roefs legde uit dat voor onbewerkte mest vaak per zending toestemming nodig is, terwijl verwerkte mest eenvoudiger kan worden geëxporteerd. Een belangrijke ontwikkeling is de Europese meststoffenverordening: “Dan is mest geen restproduct meer, maar echt een product. En op het moment dat je daaraan voldoet, is vrijhandel in de hele Europese Unie een gegeven.”
Praktijkervaring: het kan werken
Dat vervoer over water niet alleen theorie is, bleek uit praktijkvoorbeelden die Volker deelde. Er zijn inmiddels meerdere zendingen digestaat per schip naar Duitsland gegaan, waarbij vloeibare mest direct in het schip werd gepompt en ter plaatse weer werd overgeslagen naar vrachtwagens. Volgens Volker was daarbij een aantal factoren doorslaggevend: voldoende volume, eenvoudige overslag, beschikbare kades en vooral goede samenwerking tussen betrokken partijen.
Conclusie: realistisch en kansrijk
Mestexport via vervoer over water zal er niet meteen staan, maar wel een realistisch en kansrijk alternatief voor de toekomst. Zeker voor veehouders die samenwerken met mestverwerkers of vergisters en structureel mest moeten afzetten, kan het lonen om verder te kijken dan alleen vervoer over de weg. Zoals Volker het samenvatte: het vraagt voorbereiding, samenwerking en kennis van regelgeving, maar in de praktijk blijkt dat het kan werken.
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: Topsector Logistiek




