Bij Koeckhoven.net vind je geen reguliere machines en werktuigen maar alleen bijzondere of misschien wel eigenaardige. Buiten de inruil om dan. En ook die inruilmachines sluiten aan bij het betoog van de familie.
“Gebruik maar Koeckhoven.net als bedrijfsnaam zodat er geen verwarring ontstaat met onze familienaam”, is waar Frans Koeckhoven zijn verhaal mee start. Dat verhaal kun je ook gerust zien als een betoog, want de bevlogenheid straalt er direct vanaf. Zoon Jur, die het familiebedrijf inmiddels runt, schuift ook kort aan tijdens de koffie maar duikt na het geven van wat uitleg al snel weer de werkplaats in.
Kleine markt bedienen
Het is fascinerend hoe Frans Koeckhoven vertelt over de aanleiding om zelf te starten met het ontwikkelen en produceren van verschillende machines en werktuigen zoals de Ecoploeg, de rotorkopeg met Samurai messen of de eigen zaaimachine. Het is een aanleiding die bij menig constructie- en landbouwmechanisatiebedrijf én bij menig teler en loonwerker ongetwijfeld herkenning oproept. “De kleigrond hier rond Ursem (Noord-Holland) in de Schermerpolder is uitdagend en de dunne teeltlaag vraagt om heel specifieke mechanisatie.”
Jur vult aan: “90 procent van de landbouwgrond ter wereld bestaat uit zandgrond met stenen. Van de overige tien procent is de helft kleigrond waarop alleen schapen kunnen grazen, en de andere helft is geschikt voor landbouw. Dus ja, dan is telen op kleigrond een dusdanig kleine niche dat grote fabrikanten daar geen specifieke machines en uitvoeringen voor ontwikkelen. En van de fabrikanten die dat wel doen en deden, is een deel na een overname ermee gestopt.”
Frans: “Op reguliere diepte ploegen ofwel dieper werken is relatief eenvoudig. De scharen gaan makkelijk de grond in en je hebt meer marge, meer speelruimte om eventuele fouten en problemen op te lossen. Precies dat betoogde ik aanvankelijk ook als monteur en vertegenwoordiger bij mechanisatiebedrijven. Tegelijkertijd ontstaat er een ploegzool, leg je mest en gewasresten te diep weg voor aerobe afbraak en beïnvloed je de capillaire werking in de bouwvoor. Eigenlijk zou je dus niet meer regulier moeten ploegen en/of spitten. Maar ja, welke grondbewerking voer je dan voorafgaand aan poten, planten en zaaien uit?”
NKG als in niet roeren
En toch was de reden om op zoek te gaan naar een vervanger van de reguliere ploeg op het eigen akkerbouwbedrijf een praktische en geen agronomische, zo vertelt Jur. “We ploegden altijd 18 centimeter diep met een trekker op smalle ploegbanden. Die banden moesten we daarna telkens wisselen voor brede lagedruk banden en daar wilden we vanaf. Ook zagen we de structuur van de grond achteruit gaan. Een vierschaar ploeg waarmee je bovenover kunt ploegen was toen echter nog niet verkrijgbaar, en zo kwamen we zo’n tien jaar geleden bij toeval bij de Spaanse machinefabrikant Ovlac terecht. Zij konden een drie meter brede ecoploeg leveren voor bovenover ploegen. Eentje met een goed basisframe en vervaardigd uit een kwalitatief goede staalsoort.”
Frans vervolgt: “Die ploeg paste echter onvoldoende goed bij onze grond en onze wensen. Terugleveren aan de fabrikant was geen optie en zo startte de ontwikkeling van de Koeckhoven.net ploeg/ecoploeg.” Om vervolgens gelijk aan te geven dat ecoploeg niet de voorkeursbenaming is… “Met de kennis van nu dan.”
Dat zit zo”, vertelt Frans: “Teelt- en bodemtechnisch is niet kerende grondbewerking, NKG, de beste methode. Elke teler die NKG toepast, weet dat onkruidbestrijding zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen de grootste uitdaging is doordat de groei van de cultuurplant achterloopt op die van het onkruid. En zaai je suikerbieten en/of uien, dan kan het zaad opgegeten worden door het bodemleven. Schoon beginnen door de grond minimaal te keren of eigenlijk niet te roeren, dat is het mooist. Precies dat doen we met onze Eco. Uiteraard sta je dan met 1-0 voor op de onkruiddruk. Ook kun je zo netter schoffelen en wiedeggen.”
Anders dan anders
Koeckhoven had al constructie-ervaring met het aanpassen en doorontwikkelen van een rotorkopeg en startte een jaar later met het aanpassen van de Ovlac-ploeg. Er kwam bij de doorontwikkeling onder meer een centrale aanspanning ‘omdat een in het midden getrokken ploeg geen treklijninstelling behoeft’, één of eigenlijk twee typen risters en de variabele snijbreedte werd optioneel. “Variabele snijbreedte is ontwikkeld om een niet rechte ploegvoor recht te maken en voor het afploegen. Bij de doorontwikkeling van onze ploegen is dit niet meer nodig en is de laatste voor eenvoudig en netjes af te werken. Ook de ploegvoor blijft altijd recht.”
Hoewel op reguliere diepte ploegen niet past binnen de filosofie van Koeckhoven, begrijpt men de wens om op verschillende dieptes te willen ploegen en dus kun je bij een ploeg van Koeckhoven.net natuurlijk ook de werkdiepte aanpassen. “En wel zo snel dat je het ook daadwerkelijk doet in de praktijk.”

Tekst: René Koerhuis en Seppe Deckx
Beeld: René Koerhuis, Mouton-Agri en Arnold Pit




