Het gemiddelde suikergehalte van de suikerbieten die bij Cosun Beet Company worden aangeleverd, blijft achter bij vorig jaar. In de vierde week van de bietencampagne kwam het landelijke gemiddelde opnieuw uit op 15,9 procent. Tegelijkertijd loopt het tarrapercentage op en blijft ook de winbaarheid van de bieten relatief laag. Dat blijkt uit de nieuwste campagnecijfers van Cosun Beet Company over de periode van 12 tot en met 18 oktober.
De bietencampagne begon eind september met een gemiddeld suikergehalte van 15,7 procent. In de tweede week steeg dit naar 15,8 procent en in de derde week naar 15,9 procent. In de vierde week bleef het gemiddelde onveranderd. Vorig jaar lag het gemiddelde suikergehalte rond deze tijd al boven de 17 procent. Het verschil met de huidige campagne is daarmee aanzienlijk.
Volgens eerdere berichtgeving van Cosun zijn de weersomstandigheden sinds augustus gunstig geweest voor de wortelgroei, maar minder voor de suikerproductie. Vooral het uitblijven van koude nachten speelt daarbij een rol.
Hoogste suikergehalte op Groningse klei
Tussen de verschillende teeltgebieden bestaan duidelijke verschillen. De hoogste suikergehaltes worden tot nu toe gemeten bij bieten van de Groningse kleigronden. Daar ligt het campagnegemiddelde op 16,7 procent. Ook Groningen zand (16,3 procent) en Groningen veen (16,1 procent) zitten boven het landelijke gemiddelde.
In verschillende westelijke teeltgebieden blijven de suikergehalten juist achter. In de Kop van Zuid-Holland bedraagt het gemiddelde suikergehalte slechts 14,8 procent. De Haarlemmermeer komt uit op 15,4 procent en Goeree-Overflakkee op 15,2 procent suiker.
In Flevoland liggen de gemiddelde suikergehalten dichter bij het landelijke niveau. Zowel Oostelijk Flevoland als de Noordoostpolder komt uit op 15,8 procent. Zuidelijk Flevoland noteert 15,9 procent.
Tarrapercentage stijgt naar 10,3 procent
Naast het suikergehalte laat ook het tarrapercentage een verandering zien. In de vierde campagneweek steeg het landelijke tarrapercentage van 9,1 naar 10,3 procent. Dat is een toename van 1,2 procentpunt ten opzichte van de voorgaande week. Het gemiddelde tarrapercentage over de gehele campagne bedraagt tot nu toe 9,4 procent.
Ook bij de tarrapercentages zijn er regionale verschillen. In de vierde week werd in de Haarlemmermeer 13,5 procent tarra gemeten. In Oost-Zeeuws-Vlaanderen bedroeg dit 11,8 procent en in de Noordoostpolder 11,4 procent. De gebieden Limburg midden – de Peel bleef het tarrapercentage met 6,9 procent aanzienlijk lager.
Winbaarheid blijft achter bij vorig jaar
De winbaarheidsindex, die aangeeft hoe goed de suiker uit de bieten kan zijn gewonnen, blijft eveneens achter bij vorig jaar. In de vierde campagneweek kwam de landelijke index uit op 89,5. Dat is gelijk aan de voorgaande week. Aan het begin van de campagne lag de index nog op 89,7.
De hoogste gemiddelde winbaarheid is dit seizoen tot nu toe gemeten op de Groningse kleigronden, met een index van 90,8. Ook de Noordoostpolder scoort met 90,3 relatief hoog. In de Kop van Zuid-Holland blijft de gemiddelde index met 87,3 duidelijk achter.
Bron: Cosun




