Wie goed kijkt, ziet ze in de Nederlandse velden steeds meer verschijnen: de Briri-mesttanks uit het Duitse Bawinkel. “Ze sluiten goed aan op de wensen van loonwerkers en de grotere akkerbouwers. Qua prijsstelling liggen ze gunstig en het is beproefde techniek. Klanten zijn tevreden. Na afleveren zien we de tanks normaal gesproken niet weer”, vertelt Wouter Truin van Wasse Mechanisatie uit Hijken.
Steeds meer ondernemers die op zoek zijn naar een nieuwe mesttank zien Briri als een geschikte kandidaat, merkt Truin. De bouw en techniek sluiten volgens hem prima aan bij de wensen van Nederlandse loonwerkers, akkerbouwers en melkveehouders. De tanks zijn in uiteenlopende groottes leverbaar. De kleinste is 8,8 kuub, de grootste is meer dan dertig kuub. De grote wielen zorgen voor extra draagkracht in het veld. Zowel tandemassers als drieassers zijn leverbaar. Een aangedreven as behoort ook tot de mogelijkheden. “De variabele aansturing van de Börgerpomp maakt de tank ook geschikt voor mest uitrijden op basis van taakkaart”, vertelt Truin. De tanks kunnen uitgerust worden voor zowel zodebemesten als bouwlandinjectie. Voor enkel wegtransport biedt Briri de Roadmaster mest-aanhanger.
Beproefde techniek
Truin vertelt dat Wasse ieder jaar wel nieuwe Briri’s aflevert. Zowel voor transport, voor zodebemesten als voor bouwlandbemesten. Ze blinken volgens hem uit in betrouwbaarheid. “We leveren ze bij wijze van spreken af en zien ze niet weer”, schetst hij. Helemaal onderhoudsvrij zijn de tanks natuurlijk niet. Maar voor het onderhoud is Wasse uitstekend toegerust. “Voordeel is dat wij goed bekend zijn in de mesttechniek. De techniek van Briri is robuust en beproefd en het merk maakt tevens gebruik van de bekende Börgerpompen. Het sluit dus goed aan bij onze kennis”, legt Truin uit.
“Tank loopt er stabiel achter”
Akkerbouwer en vleeskalverenhouder Jan Peter Huls uit Jipsingboertange kocht vorig jaar een Briri Fieldmaster 18 bij Wasse. De 18 kuubs tandemasser is voorzien van een vijf meter brede Evers Oldenburger bouwlandbemester. Een Valtra 234 trekt de combinatie over de weg en door het land. Huls is dik tevreden met de Briri. “Het is een lange tank, niet te hoog, zodat hij overal onderdoor kan. De wielen lopen in het spoor van de trekker. Dat is voor ons een voordeel. Je hebt minder trekkracht nodig. Omdat we op hoge zandgrond zitten, maak ik me over de insporing geen zorgen.” Een ander pluspunt is volgens Huls dat de tank goed op de weg ligt. “Onze vorige tank veerde zo op de weg. Deze loopt er stabiel achter. En dat is belangrijk. We hebben ook percelen op zeven kilometer afstand.”
Kijkje in de fabriek gaf de doorslag
Omdat Briri nog niet zo’n bekend merk was in Nederland, nam Huls extra moeite om zich goed te oriënteren. Zo toog hij zelf naar de fabriek in Bawinkel, niet ver over de grens, om het productieproces te bekijken. “Zo kon ik zelf zien hoe de tanks in elkaar gelast worden. Men liet mij dat graag zien en het zag er goed uit. Er wordt heel veel aandacht besteed aan het productieproces. Zo had ik er alle vertrouwen in en dat is helemaal uitgekomen.”
Tekst: Gerben Hofman
Beeld: Ronald Kluitenberg en Wasse Mechanisatie




