De kans wordt steeds groter dat DRT 95 de nieuwe ondergrens wordt bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. Waar driftreductie nu nog vaak op 75 of 90 procent ligt, schuift de norm verder op. Daarmee komt de impact nadrukkelijk bij de loonwerker te liggen. Want wie moet het in de praktijk waarmaken? Juist, degene die met de spuit het land op gaat. De vraag is dus niet alleen óf die norm er komt, maar vooral: ben je er als loonbedrijf klaar voor?
Wanneer wordt DRT 95 de praktijk?
De beweging richting strengere driftreductie-eisen loopt al langer, maar krijgt nu meer concrete vorm. Steeds vaker duikt DRT 95 op in toelatingen en gebruiksvoorschriften. Dat betekent dat je er als loonwerker niet meer omheen kunt, zeker niet op percelen langs watergangen of gevoelige zones. Het gevolg: situaties waarin je met DRT 75 of 90 nog uit de voeten kon, vallen straks simpelweg af. En dat heeft direct gevolgen voor je inzetbaarheid.
Past jouw machinepark nog bij de eisen?
De grootste hobbel zit in de techniek. Niet elke veldspuit haalt zomaar DRT 95. Dat vraagt om specifieke doppen, de juiste boomhoogte, luchtondersteuning of aanvullende technieken.Voor loonwerkers betekent dat keuzes maken: ga je bestaande machines aanpassen, of wordt het tijd om te investeren in nieuw materieel?
Daarbij speelt meer dan alleen techniek. Ook capaciteit komt onder druk te staan. Met strengere eisen wordt het lastiger om flexibel te werken onder wisselende omstandigheden. Denk aan wind, perceelsligging en beschikbare tijd. Dat kan knellen in piekperiodes.
Wat doet dit met je planning en capaciteit?
DRT 95 is niet alleen een technische eis, het is ook een logistieke uitdaging. Minder ruimte in de uitvoering betekent strakker plannen. Perceelranden waar je voorheen nog net kon spuiten, vallen mogelijk weg of vragen een andere aanpak. Wachttijden lopen op als omstandigheden niet passen binnen de norm. En opdrachtgevers verwachten ondertussen wel dat het werk doorgaat.
De kans is reëel dat dit leidt tot:
- meer druk op piekmomenten,
- meer afstemming met de klant,
- en mogelijk hogere kosten per hectare.
Wie betaalt de rekening?
Daar zit een spannend punt. Investeren in techniek, aanpassingen aan machines en mogelijk lagere capaciteit kosten geld. Tegelijkertijd is het de vraag in hoeverre die kosten door te rekenen zijn.
Akkerbouwers en melkveehouders krijgen immers zelf ook te maken met strengere regels en hogere kosten. Dat maakt het speelveld lastig. Toch zal de loonwerker het gesprek moeten voeren: wat betekent DRT 95 concreet voor prijs en uitvoering?
Nu al schakelen of nog even afwachten?
De verleiding is groot om te wachten tot de regels definitief zijn. Maar dat kan krap worden. Leveringstijden van nieuwe machines lopen op en ook aanpassingen kosten tijd. Tegelijk is het niet verstandig om blind te investeren zonder duidelijkheid. De praktijk vraagt dus om een tussenweg:
goed in beeld brengen waar je nu staat, inschatten waar knelpunten zitten, en voorbereid zijn om snel te schakelen.
Wat betekent dit voor jouw rol als loonwerker?
Met DRT 95 verschuift de rol van de loonwerker verder van uitvoerder naar adviseur. Jij bent degene die weet wat technisch kan en wat niet. En dus ook degene die moet aangeven waar de grenzen liggen. Dat vraagt om meer overleg met klanten, maar ook om duidelijke keuzes in je eigen bedrijfsvoering. Want één ding lijkt zeker: de ruimte om ‘het nog wel even te redden’ wordt kleiner.
Tekst: Stefan Zwaneveld




